Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Beleidsbrief sport | 47 Economische betekenis van sport De economische betekenis van sport is in opkomst. Volgens een onderzoek uit 2008, ‘De economische betekenis van sport in Nederland’, wordt aan sport in Nederland jaarlijks € 9,4 miljard uitgegeven. Het directe aandeel in het Nederlandse Bruto Binnenlands Product bedraagt 0,85% (€ 4,5 miljard).18 Dit is een ondergrens, omdat niet alle indirecte effecten zijn meegenomen. In andere EU-lidstaten waar de indirecte effecten wel zijn doorberekend blijkt de bijdrage van sport nog hoger.19 Ook is de waarde van meer dan 1 miljoen vrijwilligers, de waarde van sport voor de gezondheid en leefbaarheid van de samenleving of bijvoorbeeld voor Holland Branding niet meegenomen. Iedere euro die wordt uitgegeven aan programma’s die gericht zijn op meer lichaamsbeweging en gezonde voeding levert uiteindelijk tussen € 1,30 en € 2,30 op. De grootste winst wordt daarbij behaald op ziekteverzuim.20 De sporteconomie wordt bepaald door uitgaven van consumenten (68%), bedrijven (8%) en overheden (24%) aan sportorganisaties, sportkader, sportaccommodaties, sportevenementen, sportmaterialen, -kleding , -voeding en -media en diverse gelieerde sectoren. Door de inzet van de vele vrijwilligers is de georganiseerde sport een bijzonder ‘efficiënte’ economie. Tegelijkertijd zijn de commerciële activiteiten in de sport de afgelopen decennia flink gegroeid. Hierbij valt te denken aan de opkomst van de fitnessbranche, golfbanen, maneges en zeilscholen. De directe werkgelegenheid in de sport bedraagt ca 82.000 fte (1,3% van de werkgelegenheid). Daarnaast kent Nederland een aantal wereldmarktleiders op het gebied van sport. Denk aan kunstgras van Ten Cate, de klapschaats van Maple Skate, toestellen van Janssen-Fritsen of sportvoeding van DSM. De totale exportwaarde van de Nederlandse sportindustrie wordt geraamd op € 1,1 miljard. Het kabinet wil de economische en hiermee ook de maatschappelijke betekenis van sport verder benutten. Onlangs heeft het kabinet de Bedrijfslevenbrief naar de Tweede Kamer gestuurd.21 Het bedrijfslevenbeleid bestaat uit twee lijnen: de topsectorenaanpak en generiek beleid gericht op meer ruimte en minder belemmeringen voor het bedrijfsleven. De Nederlandse economie moet in topconditie zijn, willen we onze ambities recht doen. De topsectorenaanpak draagt bij aan Nederland op Olympisch niveau. De komende tijd zullen topteams van bedrijven, kennisinstellingen en de overheid integrale agenda’s opstellen om het ondernemersklimaat te versterken. Het kabinet zal daarbij een integrale reactie geven. 18 Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 30234 nr. 16, bijlage. 19 In Groot Brittannië is dit 2,2% en in Oostenrijk zelfs 4,0% (Sport Satellite Accounts; A European Project: First Results. Brussel/EC: DG Education and Culture, 2010). Het CBS werkt samen met de Hogeschool Arnhem en Nijmegen aan het opzetten van een Nederlandse Sport Satelliet Rekening die consistent is met de nationale rekeningen en op Europees niveau is afgestemd. 20 Prevention pays for everyone. PwC, 2010. 21 Tweede Kamer, vergaderjaar 2010-2011, 32637 nr. 1. Pagina 46

Drenthe 2028

Heeft u een cursus, uniflip of online sportbladen? Gebruik Online Touch: drukwerk naar een online publicatie omzetten.

E-zine Beleidsbrief sport VWS Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication