O p de basisschool maken kinderen voor het eerst kennis met sport en starten ze hun sportloopbaan. Dat vertaalt zich naar hoge sportparticipatiecijfers. Van de kinderen van zes tot twaalf jaar sport ongeveer 87 procent, waarvan 70 procent bij een sportvereniging. 13 procent van deze kinderen sport dus niet. Deze kinderen wonen vaak in de wijken waar door alle leeftijdsgroepen weinig gesport wordt. NOC*NSF vindt dat ieder kind moet kunnen sporten. Plezier in sport en bewegen begint ermee dat kinderen leren bewegen, dat ze hun ‘fysiek Alfabet’ (brede motorische vaardigheden) kunnen ontwikkelen. Alle kinderen moeten daarom voldoende uren per week lichamelijke opvoeding krijgen. Om kinderen de sport te kunnen laten ontdekken die ze leuk vinden, is het belangrijk dat ze tot hun twaalfde een breed scala aan sporten kunnen uitproberen. De sleutel daarvoor ligt in het aanbieden van sport op en rondom school. Daar worden alle kinderen bereikt en wordt het fundament gelegd onder ‘een leven lang plezier in sport en bewegen’. Kinderen die gewend zijn te sporten, hebben namelijk 3,5 keer zoveel kans om ook op volwassen leeftijd actieve sporters te zijn. Uitval verkleinen Bij de overstap naar het voortgezet onderwijs verliezen veel leerlingen hun binding met sport. Ze besteden minder tijd aan sport, ze leggen andere prioriteiten. Jongeren krijgen de behoefte om zelf te kunnen bepalen waar, wanneer en met wie ze sporten. Met name leerlingen in het vmbo en mbo sporten het minst en stoppen het vaakst. Het is van belang om meer sport op school aan te bieden en jongeren te betrekken bij het ontwikkelen van een sportaanbod dat past bij hun wensen en behoeften. Zo kunnen we het aantal jongeren dat stopt met sport, halveren. Deze concrete ambitie van NOC*NSF, waarmee de samenwerking met het onderwijs wordt geïntensiveerd, is opgenomen in de Sportagenda 2016. Daarvoor is nodig dat scholen en sportaccommodaties voldoende beschikbaar en bereikbaar zijn. En om de groep jongeren te behouden voor de sport, is het van belang dat sportaanbieders – waaronder natuurlijk ook de sportverenigingen – elkaar niet als concurrent zien. Ze moeten juist faciliteren en stimuleren dat leerlingen kunnen overstappen naar een andere sport. SPORT & ONDERWIJS | 165 Hoofdstuk 5

Pagina 166

Scoor meer met een webshop in uw vaktijdschriften. Velen gingen u voor en publiceerden relatiemagazines online.

E-zine Sport & Onderwijs NOC*NSF Lees publicatie 13Home


You need flash player to view this online publication