CENTRE COURT 1 “Om in tennistermen te blijven: houd je blik op de bal gericht, anders sla je hem uit” moet je als vereniging variëren in de producten. Door bijvoorbeeld club- en weekendkampioenschappen aan te bieden, door leuke clinics te organiseren. Of door te variëren in lidmaatschapsvormen, denk aan een studenten- of introductielidmaatschap. Doe je dat niet, dan haken ze uiteindelijk af. Veel clubs hebben nu nog slapende leden. Uit een soort solidariteit blijven ze lid. Die loyaliteit hoort bij de babyboomers, maar verwatert in sneltreinvaart met de komst van nieuwe generaties.” Gebruik deze ontwikkeling om grondig na te denken over je lidmaatschapsvormen, adviseert Rubingh. Hij wijst in dit verband op het boek van de Amerikaanse Sarah Sladek, met de titel ‘The end of membership as we know it’ waarvan Rubingh een Nederlandse bewerking maakte: ´Lid worden? Waarom zou ik?’ Hierin komt aan de orde dat de verenigingen zich transformeren van traditionele, nog op de industriële revolutie gebaseerde organisaties, naar flexibele netwerkorganisaties. Deze organisatietransitie vindt ook plaats in het tennislandschap. “Eén van de belangrijke lessen die hieruit voortvloeit, is dat je in deze tijd niet meer kunt stellen: wij zijn een tennisclub, zo doen wij het hier, en daar heb je je als lid aan te houden. Slechts voor een handvol traditionele verenigingen kan die houding nog hun kracht zijn. Dat zijn verenigingen waar iedereen graag bij wil horen. Voor de meeste andere clubs werkt die houding niet. Die moeten zich anders opstellen ten opzichte van potentiële leden, zodat ze willen aanhaken. En wat betreft huidige leden, is het criterium nu nog vaak: hoeveel leden heb je? Je kunt je beter afvragen: hoeveel mensen komen naar je tennispark? Waarbij vervolgens de kernvraag is: wie zijn die mensen, hebben ze het naar hun zin? En die vragen worden wellicht heel verschillend beantwoord.” LEIDENDE FIGUREN Binnen een vereniging, legt Rubingh uit, is het belangrijk dat de verschillende partijen die daar samenkomen - de verhuurder van een accommodatie, de tennisleraar en de vereniging zelf - elkaar kunnen versterken. “Die partijen hebben elk hun eigen businessmodel. Voor de verhuurder en de leraar geldt dat een sterke club met een goede ledenbinding een veel beter platform is dan een ‘lossere’ club, met minder binding tussen de leden. En voor een vereniging is een goed functionerende tennisschool met goede leraren weer hartstikke belangrijk voor de aanwas van nieuwe leden. Terwijl het voor de leraar ook heel belangrijk is dat de vereniging er zelf ook aan bijdraagt dat er nieuwe mensen bijkomen die af en toe een balletje slaan.” “De kruisbestuiving tussen deze verschillende entiteiten versterkt ieder onderdeel, maar vraagt wel een integraal overzicht en een integrale aansturing. Wat je nu ziet is dat die kruisbestuiving hapert doordat de verschillende belangen worden benadrukt, terwijl juist de onderlinge versterking moet worden belicht!” “De accommodatie speelt een belangrijke rol in het laten samenkomen van deze drie partijen, daaromheen kun je een community bouwen. En er zijn maar enkele mensen nodig die voor de kruisbestuiving en binding op een centrale plek kunnen zorgen”, vervolgt Rubingh, die de afgelopen periode de KNVB adviseerde over het ondersteunen van voetbalclubs in hun functioneren en de toekomst. “We zijn erachter gekomen dat het daarbij gaat om persoonlijke eigenschappen van een beperkt aantal leidende en frequent aanwezige figuren. Vergelijk het met een handvol kroegen in een stad. Ze zien er allemaal even gezellig uit, maar één zit er stampvol. Hoe kan dat nou? Omdat daar iemand achter de bar staat die het allemaal net even anders doet. Dat is vaak iemand met natuurlijk charisma, met sociale of leiderschapskwaliteiten, die gemakkelijk met iedereen een praatje maakt. Iemand bij wie mensen zich snel thuis voelen, die je een gevoel van erkenning geeft. Dat geeft die persoon een bepaalde mate van autoriteit. Als zo iemand iets vraagt, dan doe je dat voor hem of haar. Nu begrijp ik wel dat de tenniswereld wat complexer is dan de voetbalwereld, omdat je met verschillende businessmodellen te maken hebt. Er worden nogal wat eisen gesteld aan de personen die een tennisvereniging moeten runnen en besturen.” SFEERCOMPONIST Maar om te weten wat jouw leden willen, moet je meer doen dan incidentele onderzoeken of enquêtes uitvoeren, stelt Rubingh.” Een goede voorzitter of bestuurder heeft behoefte aan structurele sturingsdata. Hij kent zijn leden ook door voortdurend in gesprek te zijn met diverse mensen. Daarnaast is hij de ‘sfeercomponist’ die iets tot stand kan brengen. Je kunt heel ingewikkeld doen, maar mijn advies aan verenigingen is: blijf bij je core business. Zorg dat je daarbij over de juiste sturingsdata beschikt. We zijn bij de KNVB momenteel druk doende deze voor besturen noodzakelijke sturingsdata in kaart te brengen. Om in tennistermen te blijven: houd je blik op de bal gericht, anders sla je hem uit.” Tijdens het KNLTB Jaarcongres op 15 november 2014 gaat Rubingh dieper in op de kansen die hij ziet voor tennisverenigingen in Nederland. Schrijf dus snel in voor het KNLTB Jaarcongres en laat je inspireren. t Pagina 10

Pagina 12

Interactieve erapport, deze pdf of catalogus is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het converteren naar een online publicatie van web edities.

CENTER COURT | nummer 3 2014 Lees publicatie 35Home


You need flash player to view this online publication